Behandeling

Bij een sterk vermoeden van een trombose of longembolie zal uw arts nog dezelfde dag met de behandeling starten. Men behandelt trombose en longembolie met antistollingsmiddelen. In het begin van de behandeling is het belangrijk dat u uw trombosebeen weinig belast en hoog houdt, zodat de zwelling afneemt. Het is niet nodig om strikte bedrust te houden. Als de zwelling in het been is afgenomen, kunt u het weer meer gaan belasten. De behandeling vindt tegenwoordig meestal thuis plaats, tenzij uw medische conditie en uw situatie thuis dat niet toelaten.

Antistollingsmiddelen
Bij een sterk vermoeden van een trombose of longembolie zal uw arts nog dezelfde dag met de behandeling starten. Men behandelt trombose en longembolie met antistollingsmiddelen. Heparine
Heparine is een middel dat onmiddellijk antistollend werkt. U start daar dan ook mee. Heparine is in verschillende vormen verkrijgbaar. Het meest gebruikt men de vorm die men onder de huid inspuit. Dat zijn de zogenaamde laag-moleculair-gewicht-heparines (LMWH’s), zoals innohep®. U leert van een verpleegkundige of arts hoe u dat bij uzelf doet. Eventueel leert men het ook aan uw partner of aan een familielid. Soms kan uw huisarts de Thuiszorg inschakelen. Dan komt een verpleegkundige bij u thuis om de heparine in te spuiten. Heel soms moet men bij iemand de heparine toch via een infuus toedienen. In zo’n geval wordt u opgenomen in het ziekenhuis. Men controleert uw bloed dan minimaal één keer per dag op de juiste mate van antistolling. U krijgt tenminste vijf tot 10 dagen heparine toegediend.

Tabletten
Binnen 24 uur begint u ook met antistollingstabletten. Het duurt een paar dagen voordat deze middelen werken. Daarom krijgt u de tabletten alvast, terwijl u ook al heparine krijgt. De antistollingsmiddelen zijn acenocoumarol of fenprocoumon (Marcoumar®). In Nederland wordt acenocoumarol het meest gebruikt (80%). De arts in het ziekenhuis of bij de trombosedienst schrijft u voor hoeveel tabletten u per dag moet slikken. Dat kan per dag verschillen! Dat wordt bepaald door met een bloedtest te kijken of uw bloed voldoende ontstold is.

Sinds kort is er een nieuw alternatief voor de behandeling van trombose of longembolie. Dit antistollingsmiddel, rivaroxaban (Xarelto®), dient u ook oraal in te nemen. Raadpleeg uw arts voor verdere informatie.

Duur van antistolling
Dit hangt af van de situatie waarin bij u de trombose of longembolie ontstond. Een trombose zonder duidelijke aanleiding zal men vaak langer behandelen dan een trombose na een operatie of zwangerschap. Bij een eerste trombose na een operatie krijgt u meestal drie maanden antistolling. Bij een spontane trombose is het vaak een half jaar of een jaar.

Bijwerkingen
Antistollingsmiddelen kunnen vervelende bijwerkingen hebben. Omdat de medicijnen het stollen van het bloed remmen, hebt u meer kans op blauwe plekken en bloedingen of u kunt bloedingen moeilijker stelpen. Neem direct contact op met uw huisarts of de trombosedienst als u last krijgt van onverklaarbare blauwe plekken of ongewone bloedingen. Bijvoorbeeld een bloedneus, een wond die blijft bloeden, hevige of onverwachte menstruatie, bloed in de urine of de ontlasting, ophoesten of uitbraken van bloed of iets dat er uit ziet als koffiedik. Soms komen verstopping, teerachtige ontlasting, buikpijn, maagpijn, misselijkheid of huiduitslag voor. Het is belangrijk om bijwerkingen aan uw behandelend arts of de verpleegkundige te melden.

Invloed van andere medicijnen en voeding op antistolling
Sommige medicijnen - zoals pijnstillers, ontstekings- en koortsremmers en laxeermiddelen - versterken of verzwakken de werking van antistollingsmiddelen.
Vertel uw behandelend arts altijd welke medicijnen u al gebruikt, en bespreek samen elk middel dat u moet of wilt gaan gebruiken. Geef alle veranderingen in uw medicijngebruik ook altijd door aan de trombosedienst. Zowel wanneer u met nieuwe medicijnen begint als wanneer u met medicijnen stopt, of als u er meer of minder van gaat gebruiken. Uw apotheek zal u vertellen of u de trombosedienst direct moet waarschuwen, of dat u het bij de eerstvolgende controle kunt vertellen. Het is handig om een kaart bij u te dragen, waarop de medicijnen staan die u gebruikt. Bij uw apotheek kunt u zo’n medicijnkaart krijgen, maar ook de Nederlandse Hartstichting heeft een gratis medicijnkaart voor u.

De werking van de antistollingstabletten kan ook worden beïnvloed door uw voeding en het gebruik van alcohol. De trombosedienst heeft daarover een folder. Over de gewone variatie in uw voeding hoeft u zich geen zorgen te maken. Als u een flinke dosis vitaminesupplementen zou gebruiken, kan dit de antistollingsmiddelen wél beïnvloeden.

Bron: Folder Trombose en longembolie - Nederlandse Hartstichting

afdrukkenAfdrukken